texts_mira sanders_textiliteit

MIRA SANDERS

le journal d'un usager de l'espace

AANTEKENINGEN ‘SCHEMATISCH PLAN #1 HEERWEG, SCHAAL 1:1, ERGENS TUSSEN TONGEREN, MAASTRICHT, BRUSSEL EN BERLIJN'’, 11.2013 - 02.2014. Mira Sanders, 2014

 

in: UMLAND, catalogus groepstentoonstelling met Elke Andreas Boon, Ilona Plaum, Lucie Renneboog, Mira Sanders, Sven Verhaeghe en Karel Verhoeven. Curator Els Wuyts, ed. Villa de Olmen en Huis Van Wynckel, Wieze en Dendermonde, (BE) p. 17 - 20, 2014

 

 

Aantekeningen ‘Schematisch Plan #1 Heerweg, schaal 1:1, Ergens tussen Tongeren, Maastricht, Brussel en Berlijn’

11.2013 - 02.2014

 

Het was een stormachtige dag op 4 november 2013. Ik moest de regen en de winden trotseren. Geladen als een ezel met al mijn registratiemateriaal, stapte ik met plompe voeten op de Kievitse paden tussen Tongeren en Maastricht. Het voelde niet aan als even uitwaaien. Eerder absurd een pad ondernemen. Wat kwam ik in hemelsnaam zoeken in deze contreien met dit weer, buiten het feit dat dit traject een fragment van mijn stappen is op de heerweg (1)? En toch stapte ik met mijn hoofd gebogen vooruit, mijn ogen half dichtgeknepen. Ik keek naar de gronden en nog eens naar de gronden. Ik stond versteld hoe mooi ze eigenlijk waren. Bij elke stap vooruit veranderden hun landschappen van kleuren en vormen. De ene keer taai en dor. De andere keer dan weer fris en schril. Ik traagde mijn stappen en bleef stilstaan bij één van de gronden. Ik trachtte het in al zijn lagen te doorgronden. Ik beeldde mij de flinterdunne strata in tot aan de aardkost. Ik tastte de verschillende diktes en materies. Op de bovenste lagen vielen de kantlijnen van de gevallen bladeren nog aan te geven. In de onderste lagen verspreidden de materies zich echter in verschillende kleine partikels. De aarde hechtte ze samen. Druk- en zwaartekrachten verpletterden hen. Ze verbrandden door

de tijd des levens en sedimenteerden.

 

Ik maakte een doorsnede van de grond, op verkenning naar de diepte van de oppervlakte. Het resultaat: een denkbeeldig vlak dat bestond uit een flux van lijnen. Ze leken elastisch, sterk en dens. Een weefsel. Ik maakte me klein en emigreerde in dit lichaam (2). Ik wou in hem leven, voelen, ruiken, horen en zien. In het lichaam huizen, bood me nieuwe perspectieven aan. Ik overzag de verschillende lagen, doorkruiste bundels lijnen, tastte korrels toe van het zand en grafiet, kerfde nieuwe sporen in de grond. ‘Een lijn is een punt dat op wandel ging’, een denken van Paul Klee (1879-1940) over het tekenen. Ik voelde mij één met de lijn van P. Klee. Op deze schaal bekeken, strengelen de lijnen zich door tot een dikte, een massa. Ik verzonk in de holtes van het lichaam. Het veroorzaakte een onpeilbare diepte der gedachten en n-dimensies in het traceren van lijnen.

 

De textiliteit van het onderweg zijn

 

‘Het traceren van een Heerweg’ legt ingenieus het onderweg zijn aan. Het is althans bij mezelve zover gekomen. Het onderweg zijn legt de klemtoon op de relevantie van het proces van het traceren. Want de weg an sich bestaat niet, het is de reiziger die de

weg maakt. In dit denkmodel is o.a. de tijd een grote speler die zich op verschillende niveaus manifesteert: de tijd die eigen is aan de w.e.r.k.e.l.i.j.k.h.e.i.d, aan het subject, aan het proces van het traceren en aan het publiek dat op zijn beurt navigeert in het traceren van het subject. Voor het registreren en creëren van ‘Schematisch Plan #1 ...’, heb ik resoluut gekozen om mijn stappen te ‘tragen’. Dit ritme liet me toe om nog aandachtiger te observeren en na te sporen wat er eigenlijk in die gronden leeft. Dit kijken

en voelen, traceerde zich minutieus een maand lang op het witte papier. Zowel de observatie van de gronden als hun omzetting

op het blad papier (op technisch en mentaal gebied) vereiste een ‘tragen’ van het dagelijks ritme. Deze tactiek (3) als benadering

bood de ruimte aan voor het grondig identificeren van een huid en het weefsel (inhoudelijk en figuurlijk) ervan te ontdekken. Parallel strengelde er zich een ander weefsel doorheen het proces van het traceren van die grond: de onpeilbare diepte der gedachten en n-dimensies in het traceren van lijnen (4).

 

Ik fragmenteer dit lijnen tot een paar tracés in ‘Schematisch Plan #1 ...’. Deze (na)sporen zijn niet eindig. Ik denk ze als lijnen in

wording (5). Het traceren kenmerkt zich door een dynamisch proces. Het stelt zich bij bepaalde toonmomenten bloot en het

duikt daarna weer in een open einde. De fragmentatie staat voor een verzameling van fysieke gegevens: kleine ruimtes, situaties,

ongehoorde feiten, anekdotes, gronden, banale dingen. Maar het betekent tevens het verschalen van deze gegevens tot de dimensie van een blad papier, van een pixel, van een maquette, van een frequentie, van een lichaamsbeweging. Het laat je toe om afstand te nemen van de plaats waar je je opmeting uitvoerde en deze te bestuderen. Het is één van de tactieken om een plaats te bewonen.

 

(1) Voor het doctoraat in de kunsten (KUL euven, 2012-) stippel ik stap voor stap ‘Het traceren van een heerweg’1 uit en ga narratieve praktijken na in een artistieke context doorheen fotografie, video, tekeningen, klank, schrijven,... ‘Het traceren van een heerweg’ onderzoekt aan de hand van het traceren en met als motor het stappen, tactieken om een plaats en haar bevolking als objectieve materie toe te eigenen in een artistiek vocabularium. Het kristalliseert concepten van de (heer)weg (kolonisatie,

(tele)communicatie, netwerken infrastructuur, ingeniositeit, onderweg zijn, wegomleggingen,...) in een hedendaags daglicht. Het onderzoek stapt het liefst naast de aangelegde paden (cfr GR wandelroutes) om het ongehoorde te traceren (spoor terugvinden, spoor maken) en te verklaren in nieuwe beeldende territoria (een topos-poëzie). Tijdens het doctoraat verwezenlijkt er zich stap voor stap een atlas van narratives die voortkomen uit de intieme ervaringen op en rond de heer-weg. De narrative neemt de vorm aan van een redenering of een scenario of iets taligs of alle drie tegelijk. De atlas juxtaponeert twee en driedimensionale narratives uitgewerkt op handenschaal met foto’s, tekeningen, maquettes, installaties, films, getuigenissen, kaarten, ...

Sanders, M., oktober 2013

 

1 Er bestaan in België verschillende hypotheses op archeologisch gebied van de looplijnen van heerwegen in de Belgische contreien in de 4de eeuw na Christus. Voor dit doctoraatsproject kies ik voor de kaart “Romeins België tijdens de Late Keizertijd” op schaal 1:500.000 door A. Mertens & A. Despy-Meyer gedrukt bij het M.G.I. in 1965, waarbij een heerweg liep van Boulogne-sur-mer, Kortrijk, Kester, Brussel, Tienen, Tongeren, Maastricht, Heerlen naar Keulen. Deze heerweg kruist tal van (culturele) grenzen en komt vandaag de dag quasi overeen met onze taalgrens.

2 ’...non pas voir le dehors comme les autres les voient, le contour d’un corps qu’on habite, mais surtout être vu par lui, exister en lui, émigrer en lui, être séduit, capté, aliéné par le fantôme, de sorte que voyant et visible se réciproquent et qu’on ne sait plus qui voit et qui est vu.’ Merleau-Ponty, M., Le visible et l’invisible. Chapitre 4, L’entrelacs - le chiasme, Paris, Gallimard, p. 177

3 Ik versta ‘tactiek’ in het perspectief van Michel de Certeau’s standpunt in ‘L’invention du quotidien. Tome 1: Arts de faire’, Paris, Gallimard, 1990. The strategy corresponds to the activity pattern of the decision-makers who, by far, intervene at a level they have defined beforehand, depending on their requirements, … its main concern being to manage to capitalise on what’s been achieved so as to transform this into profits; the tactic, on the other hand, is disinterested … remains at a stage of fragmented, exploratory and piecemeal production, … depending on the opportunities, led by a sense of, mainly, playfulness, as opposed to one of appropriation. By highlighting this distinction, de Certeau tries to explain that every system, no matter how closed and oppressive, has its flaws: tactic is precisely this “art of doing” that “plays” on the system’s flaws… Macherey, P., Michel De Certeau et la mystique du quotidien, http://stl.recherche. univlille3.fr/seminaires/philosophie/macherey/macherey20042005/macherey06042005.html, 06.04.2005, 24.02.2014

4 A PROFESSIONAL SECRET (A FRAGMENT)

Image-making begins with interrogating appearances and making marks. Every artist discovers that drawing - when it is an urgent activity - is a two-way process. To draw is not only to measure and put down, it is also to receive. When the intense energy coming towards one, through the appearance of whatever it is one scrutinizing. Giacometti’s life’s work is a demonstration of this. The encounter of these two energies, their dialogue, does not have the form of question and answer. It is a ferocious and inarticulated dialogue. To sustain it requires faith. It is like burrowing in the dark, a burrowing under the apparent. The great images occur when the two tunnels meet and join perfectly. Sometimes when the dialogue is swift, almost instantaneous, it is like something thrown and caught. I offer no explanation for this experience. I simply believe very few artists will deny it. It’s a professional secret.

‘A professional Secret’ first appeared in New Society magazine, 1987. Published in Keeping a ‘Rendezvous by Granta’, 1992. Berger, J., Berger on drawing

5 Ik verwijs hier naar ‘les lignes de devenir’ van Gilles Deleuze. Deleuze, G. & Guattari, F. , Mille plateaux: capitalisme et schizophrénie, Paris, Editions de Minuit, 1980